‘Ik kan kan het toch niet, dus laat ik er maar niet aan beginnen’

Motivatie en verwachtingen
Motivatie is een prikkel die je beweegt om iets te doen. Je hebt intrinsieke en extrinsieke motivatie.  Intrinsieke motivatie komt van binnenuit (de motivatie om zelf dingen te leren en ontdekken)  Excentrieke motivatie wordt van buiten gevoed van buiten. Vaak zie je dat de intrinsieke motivatie verdwijnt door onvoldoende uitdaging.  Een kind dat geen plezier meer heeft in leren zal gaan onderpresteren. Er komt geen succeservaring meer waardoor er veelal niets meer, of het hoognodige gedaan wordt. 

Zelfstandig werken
Zelfstandig werken is een belangrijk element om in het werkend leven mee te kunnen draaien. In het voortgezet onderwijs is het nog belangrijker dat je zelfstandig kunt werken. Soms is dit lastig, dit kan komen door gebrek aan doorzettingsvermogen, frustratietolerantie, faalangst/perfectionisme.

Samenwerken
Samenwerken is een lastig ding zeker als jij zelf ontzettend goede ideeën hebt en deze het liefst op je eigen manier wilt uitwerken.  Samenwerken is belangrijk om te ontwikkelen.

Hiaten in kennis
Door schooluitval kunnen zich hiaten voor doen in de basiskennis van een kind. Hoe meer stof je mist, hoe groter de kans op frustratie. Hiaten ontstaan door gaten in de stof waardoor je een stukje uitleg hebt gemist.

Dat heb ik weer! Waarom moet mij dat nou overkomen?
De term “lage frustratietolerantie” is afkomstig van Albert Ellis, de bekende Amerikaanse psychotherapeut die de grondlegger was van de Rationeel Emotieve Therapie (RET). Ellis ging er vanuit dat niet zozeer de situatie zelf, maar onze gedachten over die situatie stress en frustratie veroorzaken. Zoals het idee dat alles makkelijk moet gaan en dat tegenslagen ons bespaard moeten blijven. Deze overtuiging heeft tot gevolg dat je bij iedere tegenvaller denkt: “Hier kan ik echt niet tegen!”
We moeten de gevolgen van een lage frustratietolerantie niet onderschatten. Niet alleen kan het leiden tot geklaag, maar ook tot woede, agressie, een kort lontje en uitstelgedrag.

Executieve functies
Reactie (of respons)-inhibitie

Het vermogen om na te denken voor je iets doet.
Werkgeheugen
Het vermogen om informatie in het geheugen vast te houden tijdens de uitvoering van  taken.
Zelfregulatie van affect/emotieregulatie
Emotie reguleren om je doel te behalen.
Volgehouden aandacht
Aandacht vasthouden ondanks afleiding.
Taakinitiatie
Op tijd en efficiënt aan een taak beginnen.
Planning/prioritering
Een plan maken om je doel te halen. Hoe ga je je taken inrichten.
Organisatie
Materialen en informatie ordenen.
Timemanagement
Tijd goed inschatten, verdelen en deadlines halen.
Doelgericht doorzettingsvermogen
Doelen realiseren.
Flexibiliteit
Omgaan met een tegenslag of verandering.
Metacognitie
Zelfstandig taken uitvoeren, problemen oplossen en terugkijken.