PLUSproject

Uitdaging
Het plusproject is opgericht voor meer- en hoogbegaafde kinderen die wel wat uitdaging kunnen gebruiken. Onze plusprojecten kunnen zowel onder als na schooltijd gevolgd worden. Niet ieder kind komt op de basisschool in aanmerking voor een plusklas, soms omdat er geen test is gedaan, soms omdat gedrag niet passend is of de prestaties op school uitblijven.

Executieve functies
Bij meer- en hoogbegaafden wordt vaak gedacht aan kinderen die alles weten, hoge cijfers halen en graag willen leren. Dit is niet altijd het geval. Hoogbegaafden verwerken informatie sneller waardoor ze minder tijd nodig hebben om iets te leren. Een struikelblok hierbij is dat er vaak niet is geleerd om te leren. Denk hierbij aan leren leren en leren plannen. Maar ook hoe ga je om met tegenslagen, samenwerken en doorzettingsvermogen.

Peers
Voor een begaafd kind is het af en toe ook fijn om peers te ontmoeten. Onze plusprojecten worden gegeven aan de hand van de methode PBL (project based learning). Naast dat het heel gezellig is om je peers te ontmoeten wordt er binnen de projecten gewerkt aan de 7 uitdagingen en executieve functies.  Hieronder kort omschreven wat deze inhouden: 

7 uitdagingen in het lesgeven aan begaafde kinderen:

De uitdaging
‘Ik kan kan het toch niet, dus laat ik er maar niet aan beginnen’

Geheugen- of  begripsleren
Je kunt op 2 manieren leren door te begrijpen en door je geheugen te gebruiken. Vaak leren meer- en hoogbegaafde op begrip. Ze hoeven vaak ergens naar te kijken om het principe ervan door te hebben.  Op de middelbare school wordt het dan vaak lastiger omdat je dan moet gaan leren.

Motivatie en verwachtingen
Motivatie is een prikkel die je beweegt om iets te doen. Je hebt intrinsieke en extrinsieke motivatie.  Intrinsieke motivatie komt van binnenuit (de motivatie om zelf dingen te leren en ontdekken)  Excentrieke motivatie wordt van buiten gevoed van buiten. Vaak zie je dat de intrinsieke motivatie verdwijnt door onvoldoende uitdaging.  Een kind dat geen plezier meer heeft in leren zal gaan onderpresteren. Er komt geen succeservaring meer waardoor er veelal niets meer- of het hoognodige  gedaan wordt. 

Zelfstandig werken
Zelfstandig werken is een belangrijk element om in het werkend leven mee te kunnen draaien. In het voortgezet onderwijs is het belangrijk dat je zelfstandig kunt werken. Soms is dit lastig, dit kan komen door gebrek aan doorzettingsvermogen, frustratietolerantie, faalangst/perfectionisme.

Samenwerken
Samenwerken is een lastig ding zeker als jij zelf ontzettend goede ideeën hebt en deze het liefst op je eigen manier wilt uitwerken.  Samenwerken is belangrijk om te ontwikkelen.

Frustratietolerantie
Meer- en hoogbegaafde kinderen die vastlopen in het onderwijs zijn niet enkel de dupe van te weinig uitdaging, maar ook aan hun eigen passieve houding. Soms zie je dat scholen wel echt hun best doen om uitdaging te geven, maar dat dit afgewezen wordt door het kind als te moeilijk, te makkelijk of saai is. Omdat leerlingen zich vaak niet hebben hoeven inzetten in de eerste jaren op school is hun doorzettingsvermogen weinig ontwikkeld. Gemakzucht slaat dan om in paniek, woede of frustratie. 

Hiaten in kennis
Ondanks een cito score van 550 kunnen veel getalenteerde kinderen met grote kennishiaten beginnen in het voortgezet onderwijs. Door hun typische manier van leren, is de kans groot dat ze ook in het voortgezet onderwijs hiaten opbouwen en daardoor vastlopen. Hiaten ontstaan door gaten in de stof waardoor je een stukje uitleg hebt gemist. Dit zie je nog weleens bij overslaan van een klas.

Executieve functies
Reactie (of respons)-inhibitie

Het vermogen om na te denken voor je iets doet.
Werkgeheugen
Het vermogen om informatie in het geheugen vast te houden tijdens de uitvoering van  taken.
Zelfregulatie van affect/emotieregulatie
Emotie reguleren om je doel te behalen.
Volgehouden aandacht
Aandacht vasthouden ondanks afleiding.
Taakinitiatie
Op tijd en efficiënt aan een taak beginnen.
Planning/prioritering
Een plan maken om je doel te halen. Hoe ga je je taken inrichten.
Organisatie
Materialen en informatie ordenen.
Timemanagement
Tijd goed inschatten, verdelen en deadlines halen.
Doelgericht doorzettingsvermogen
Doelen realiseren.
Flexibiliteit
Omgaan met een tegenslag of verandering.
Metacognitie
Zelfstandig taken uitvoeren, problemen oplossen en terugkijken.